Dickey Bos
Dickey Bos uit Deventer vertelt over haar ervaringen als humanistisch spreker bij uitvaarten.
'Het afscheid bij de dood is heel dwingend. Dat afscheid is een proces – en de uitvaart is daar een onderdeel van. De uitvaart moet dus zorgvuldig aansluiten bij het afscheidsproces.
Essentieel voor een humanistische uitvaart is het perspectief van het leven van de overledene. Ik kijk hoe hij of zij in het leven stond. Ik onderzoek de wisselwerking tussen de overledene en zijn of haar omgeving. Dat betekent dat ik achterhaal hoe de overledene de mogelijkheden en onmogelijkheden in zijn of haar leven benaderde, en welke rol de familie, de maatschappij, de cultuur en de geschiedenis daarbij speelden.
Als humanistische spreker bij uitvaarten probeer ik de persoonlijkheid van de overledene op een zo levendig mogelijke wijze tot zijn recht te laten komen. Dat doe ik door de overledene te plaatsen in de omgeving die hem of haar tijdens het leven beïnvloedde.
Hierbij is de balans voor mij erg belangrijk. Ik zal een persoon niet bewieroken, maar ook niet zwart maken. Daarnaast moeten de betrokkenen – familie, vrienden, collega’s – de ruimte krijgen om hun persoonlijke ervaringen en herinneringen te kunnen plaatsen. Dat betekent dat ik betrokkenen soms tegen zichzelf bescherm: ik verwerk bepaalde aspecten van het leven van de overledene niet in de viering, of praat er over op een manier die alleen voor de goede verstaander te begrijpen is.
Ik herinner me nog goed de uitvaart van een vrouw van 91 die met haar zoon van 53 op een boerderijtje woonde. Bij de uitvaart waren we alleen met de familie. Ongeveer vijftien mensen zaten rond de keukentafel in de boerderij. De zonen vertelden over hun moeder. En ik sprak over hoe ze hield van haar bloemen- en groentetuin en hoe haar zoon, toen ze ouder werd, de tuin kleiner maakte zodat die zou passen bij haar mogelijkheden. Ook had hij, toen ze de deur niet meer uit kon, een afstandsbediening gemaakt waarmee ze vanuit de keuken de water- en voederbak van de kalfjes kon vullen. Zo lokte ze de dieren binnen haar gezichtsveld en kon ze van hen genieten.
Een andere bijzondere uitvaart was het afscheid van een vrouw van tachtig die er vaak niet als moeder voor haar dochter was geweest. Bij de uitvaart opende de dochter de viering met het aansteken van een kaars, die in een standaard stond die veel voor haar moeder betekend had. Aan het einde van de viering blies de dochter de kaars uit als symbool voor de beëindiging van het leven van haar moeder. Dit hielp bij het loslaten van het verleden en het bevrijd mogen voelen. '
